In deze sobere doopsgezinde schuilkerk vinden al meer dan 400 jaar volwassenendopen plaats. Tegenwoordig wordt deze verzilverde negentiende-eeuwse doopschaal gebruikt voor deze doopdiensten.
Locatie
Kerk bij ’t Lam (Singelkerk)
Singel 452
Type
Schuilkerk
Religieuze gemeenschap
Verenigde Doopsgezinde Gemeente
Object
Verzilverde schaal gebruikt voor doopsels
Maker en datering
Dickhoff & Salm
1863
Bezichtigen
Tijdens zondagsdiensten te bezichtigen
Binnen de Kerk bij ’t Lam. Volwassenendoop toen en nu
Deze vermaning, die in het begin van de 17de eeuw is opgericht, is gebouwd op de grond van koopman Harmen Hendricksz. van Warendorp. De vermaning staat bekend als de Kerk bij ’t Lam vanwege de ligging naast een brouwerij met een lam in de gevelsteen. Het is van oorsprong een verzamelplaats van Vlaamse Doopsgezinden. Desalniettemin hebben andere Doopsgezinde subgroeperingen zich in de loop der jaren bij hen gevoegd en weer afgescheiden (zie Lammerenkrijgh).
Voor Doopsgezinden is de volwassenendoop een belangrijke mijlpaal in het kerkelijk leven. In de Singelkerk is de schaal die momenteel wordt gebruikt om het water voor doopdiensten in te bewaren een negentiende-eeuwse verzilverde doopschaal. De schaal is gemaakt door het Nederlandse bedrijf Dickhof & Salm en heeft de inscriptie ‘22 november 1863’.
Vermaning
Doopsgezinden hebben van oudsher hun kerken ‘vermaningen’ genoemd. Dit is ontstaan uit het doopsgezinde begrip van de gemeente als kerk: gemeenteleden waren samen verantwoordelijk voor het begrijpen van de Heilige Schrift en moesten elkaar verantwoordelijk houden in hun geloof en dagelijks leven.
Volwassenendoop (doopsgezinden)
De doop wordt door doopsgezinden begrepen als een symbolisch extern teken van een interne toewijding. Het markeert ook over het algemeen de volledige toegang van de doopkandidaat tot het lidmaatschap van de kerk. Kandidaten nemen deel aan een discussiegroep, waarna er een “belijdenisavond” is, waarin zij hun overtuigingen en redenen voor de doop delen met leden van de gemeente. De doop vindt kort daarna plaats tijdens een zondagse dienst. Wereldwijd voeren doopsgezinden de volwassen doop uit door te besprenkelen, te gieten of door volledige onderdompeling in water.
Doopsgezinde subgroepen
Er bestonden veel verschillende takken van Nederlandse doopsgezinden in de vroegmoderne periode, waaronder Oude en Jonge Vlamingen, Oude en Jonge Friezen, Hoge Duitsers, Waterlanders en andere splintergroepen. Fusies vonden ook plaats (bijvoorbeeld, de Vlamingen, Friezen, Hoge Duitsers, en later ook Waterlanders, verenigden zich met de Vlamingen in de Kerk bij ’t Lam). Vanaf de jaren 1660 hergroepeerden de groepen zich ook als Lamisten of Zonisten (zie Lammerenkrijgh). Bijna alle groepen verenigden zich in 1801 in Amsterdam en nationaal in 1811, en vormden de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS).
Naamgeving doopsgezinden (Anabaptist/Mennoniet/Doopsgezind)
De conservatieve groepen verkozen de naam “mennoniet” naar Menno Simons, terwijl meer progressieve groepen zichzelf doopsgezinden noemden. De doopsgezinden volgen daarmee de Waterlanders die deze naam in de jaren 1550 voor zichzelf hadden kozen. Tegenwoordig gebruiken alle Nederlanders de term “doopsgezind,” terwijl de term “mennonieten” internationaal wordt gebruikt om naar de denominatie te verwijzen. De naam “anabaptist” wordt gebruikt als overkoepelende term voor de doopsgezinden/mennonieten, amish, hutterieten en brethren in christ (alle denominaties die voortkwamen uit de zogenaamde “Radicale Reformatie”).
Lammerenkrijgh
Een conflict over geloofsbelijdenissen leidde in 1664 tot een schisma in de Kerk bij ’t Lam. De minister en Collegiant-denker Galenus Abrahamsz. de Haan, en zijn volgelingen, waren van mening dat geloofsbelijdenissen als leidende documenten moesten worden gezien die evolueren met het gemeenschapsleven. Samuel Apostool en zijn volgelingen vonden dat deze documenten bindend waren. De volgelingen van Galenus bleven, terwijl de volgelingen van Apostool vertrokken en een nieuwe schuilkerk stichtten die de Zon werd genoemd, in een herbestemd magazijn verderop in de straat. De meeste doopsgezinde groepen in de Republiek volgden het voorbeeld en sloten zich aan bij de Lamisten of Zonisten.
Doopsgezinde kerken zijn herkenbaar aan hun sobere architectuur en onversierde interieurs. De gebouwen zijn vrij van kunst en versiering, omdat deze de gedachten naar wereldse zorgen kunnen leiden. In de beschrijving van deze ontmoetingsplaats van Izaak Commelin, die vergezeld gaat van een illustratie van de kerk tussen de Singel en de Herengracht, merkt hij op dat de kerk groot en fraai gebouwd is. Hij benadrukt ook de zorg van de gemeente om een eenvoudig interieur te behouden. Hij vermeldt dat zelfs de koperen kroonluchters zijn overgeschilderd. Een andere bron met dezelfde anekdote verklaart dat de kroonluchters overgeschilderd zijn, zodat ze niet schitteren in het licht en zo geen afleiding kunnen veroorzaken. Tegenwoordig lijkt niemand in de Singelkerk, de enige overgebleven Doopsgezinde schuilkerk in Amsterdam, zich te storen aan het schitteren van de kroonluchters – of van de verzilverde doopschaal, die tijdens de zondagsdiensten op een tafel vooraan in de kerk staat.
Een illustratie van een doop in de Singelkerk is in 1736 door Bernard en Picard gepubliceerd in hun studie naar de rituelen en gebruiken van verschillende religieuze groeperingen. Op de illustratie giet de dominee water, dat hij uit een doopschaal heeft geschept, over het hoofd van een van de knielende doopkandidaten. De doopschaal wordt vastgehouden door een van de diakenen die naast hem staat. Tegenwoordig worden dopen nog steeds op dezelfde manier uitgevoerd, hoewel de knielbanken die in deze illustratie te zien zijn niet meer worden gebruikt. De oude opstelling van de gemeente, met banken en stoelen in een cirkel, is ook vergelijkbaar met vandaag de dag, hoewel mannen en vrouwen niet langer apart zitten.
Diaken (mennonieten/doopsgezinden)
Diakenen werden oorspronkelijk aangesteld om te zorgen voor de armen en behoeftigen van de gemeente. In de Nederlandse context werd de rol uiteindelijk samengevoegd met die van kerkenraadslid. Diakenen (en huidige leden van de kerkenraad) nemen deel aan de pastorale zorg en helpen bij het toedienen van de doop en het avondmaal. Historisch gezien hielpen zij ook met de voetenwassing, waar dat nog werd beoefend; verder beheerden zij de kerkdiscipline, de ban en de bemiddeling tussen leden.
Nina Schroeder-van 't Schip
Kunsthistorica en doopsgezind erfgoedspecialiste Doopsgezind Amsterdam
Laatst bewerkt
29 oktober 2024
Doopschaal, Dickhoff & Salm, 1863, Verzilverd tin, 22 x 34 cm. Collectie Doopsgezind Amsterdam (Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam).
Interieur: fotografie Nina Schroeder-van 't Schip.
Exterieur: fotografie Robert Westera.
De buitenkant van de Singelkerk, vervaardiger onbekend, 1665, ets, 139x149 mm, in: I. Commelin et al., Beschryvinge van Amsterdam, haar eerste oorsprong uit den huize der Heeren van Aemstel en Aemstellant (...) Boek 4 (Amsterdam1665) 97. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.
De doop in de Kerk bij ’t Lam, Balthasar Bernaerts & Louis Fabritius Dubourg, ets en gravure, in: Bernard, J.F. en B. Picard, Ceremonies et coutumes religieuses de tous les peuples du monde Deel 4 (Amsterdam 1736) 206-207.
Alle de voornaamste gebouwen der wijtvermaarde koopstad Amsterdam…/Tous les principaux batimens de la fameuse ville Amsterdam… (Amsterdam ca. 1682).
Bernard, J.F. en Bernard Picart, Cérémonies et coutumes religieuses de tous les peuples du monde: representées par des figures dessinées de la main de Bernard Picard; avec une explication historique, & quelques dissertations curieuses, Vol. 4 (Amsterdam 1736).
Commelin, I., et al., Beschryvinge van Amsterdam, haar eerste oorspronk uyt den huyze der Heeren van Aemstel en Aemstellant, 4 (Amsterdam 1665) 97.
Eeghen, I.H. van, “Illustraties van de 17de eeuwse beschrijvingen en plaatwerken van Amsterdam” in: Jaarboek van het genootschap Amstelodamum 66 (1974) 96-116.
Hunt, L., Margaret C. Jacob en Wijnand Mijnhardt, The book that changed Europe: Picart & Bernard's Religious ceremonies of the world (Cambridge 2010).
Voolstra, A., “400 jaar doopsgezinden bij’t Lam in Amsterdam; wat een kerkgebouw kan vertellen over de gemeente die zich er thuis weet,” in: Doopsgezinde Bijdragen (2008) 33-62.






