Gerrit Postma groeit op in het Collegiant-Doopsgezinde weeshuis De Oranjeappel en blijkt een getalenteerd kunstenaar te zijn: hij maakt veel kunstwerken die op vaardige wijze de gebouwen van Amsterdam en de plek waar hij opgroeide vastleggen.
Locatie
De Oranjeappel
Huidenstraat 2
Type
Weeshuis
Religieuze gemeenschap
Doopsgezind Amsterdam
Object
Portret van de regenten van De Oranjeappel
Maker en datering
Gerrit Postma
1842
Bezichtigen
Het schilderij kan in de Singelkerk worden bezichtigd
Het Oranjeappelweeshuis door de ogen van een kunstenaar die daar opgroeide
Dit grote negentiende-eeuwse schilderij van de regenten van het Collegiant-doopsgezinde weeshuis De Oranjeappel werd in opdracht gemaakt door een kunstenaar die zelf als wees opgroeide in deze instelling. Gerrit Postma (1819–1894) werd geboren in Nes op Ameland, maar na het overlijden van zijn vader verhuisde het gezin naar Amsterdam. Kort daarna overleed ook zijn moeder. Hij groeide op in De Oranjeappel, van 1828 tot 1842.
Postma toonde al op jonge leeftijd veel artistiek talent. Hij kreeg les van de bekende Nederlandse schilder Jan Adam Kruseman en studeerde aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten. Het regentenportret van De Oranjeappel is een voorbeeld van zijn schilderkunst. Voor Amsterdammers is hij echter misschien het meest bekend als illustrator van verschillende toegangsdeuren en stadsgezichten van burgerlijke en religieuze gebouwen in Amsterdam. Niet verrassend dus dat hij ook de ingangen van De Oranjeappel tekende.
Collegianten
De Collegianten begonnen samen te komen als reactie op de groeiende orthodoxie binnen de gereformeerde traditie sinds de Synode van Dordrecht in 1619. Op de bijeenkomsten komen gelovigen van verschillende kerkgenootschappen samen, die lid bleven van hun eigen kerken terwijl zij zich tegelijkertijd als Collegiant beschouwden. Zij kwamen samen in zogenoemde “colleges” en deelden hun inzichten zonder het leiderschap van één duidelijke predikant of leider.
Gelegen tussen de Keizersgracht, Herengracht en Huidenstraat, werd het weeshuis De Oranjeappel opgericht in 1675 door Collegianten. Zij kwamen samen in een pakhuis aan de Keizersgracht (het huidige nr. 345–347) en maakten zich zorgen over weeskinderen uit hun vrijzinnige kringen. Zij vreesden dat deze zouden worden opgevoed in weeshuizen met strenge theologische opvattingen die in strijd waren met de Collegiantse waarden. Eerst werd er een jongensweeshuis geopend, en in 1680, met de aankoop van het grachtenpand aan de huidige Herengracht 346, kwam daar ook een meisjesweeshuis bij. Jongens kwamen binnen via de Keizersgracht; de ingang voor meisjes bevond zich aan Huidenstraat 2.
Vanaf het begin had het Collegiant-weeshuis nauwe banden met de Lamist-doopsgezinde gemeente van Amsterdam (de Singelkerk). Op één na waren alle oprichters van het weeshuis Collegiant-Doopsgezind. In 1811 werden deze banden officieel versterkt: een overeenkomst tussen de regenten van het weeshuis en de diakenen van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam bepaalde dat voortaan alle bestuursleden lid moesten zijn van de doopsgezinde kerk. Hierna kon het andere doopsgezinde weeshuis aan de Prinsengracht worden gesloten (destijds Prinsengracht 1011–1017, eveneens een locatie afgebeeld door Postma). De overgebleven 17 wezen werden overgeplaatst naar De Oranjeappel.
De locatie van De Oranjeappel tussen Herengracht en Keizersgracht bleef in gebruik tot 1920. Daarna verhuisde het weeshuis naar de De Lairessestraat 11, en vervolgens, in 1930, naar Hilversum, waar het uiteindelijk werd opgeheven. Eén gevelsteen van De Oranjeappel – een sinaasappel aan een bladerrijke tak – werd later overgebracht naar het terrein van de Singelkerk en bevindt zich nu boven de deur van de vergaderkamer van de kerkenraad (ondersteunende afbeelding 2), direct naast het regentenportret van Postma. Een andere gevelsteen van De Oranjeappel is nog steeds zichtbaar boven een poort aan de Huidenstraat 2, ook al bestaat het oorspronkelijke weeshuisterrein daar niet meer.
Lammerenkrijgh
Een conflict over geloofsbelijdenissen leidde in 1664 tot een schisma in de Kerk bij ’t Lam. De minister en Collegiant-denker Galenus Abrahamsz. de Haan, en zijn volgelingen, waren van mening dat geloofsbelijdenissen als leidende documenten moesten worden gezien die evolueren met het gemeenschapsleven. Samuel Apostool en zijn volgelingen vonden dat deze documenten bindend waren. De volgelingen van Galenus bleven, terwijl de volgelingen van Apostool vertrokken en een nieuwe schuilkerk stichtten die de Zon werd genoemd, in een herbestemd magazijn verderop in de straat. De meeste doopsgezinde groepen in de Republiek volgden het voorbeeld en sloten zich aan bij de Lamisten of Zonisten.
Doopsgezind Amsterdam (voormalig VDGA)
De Doopsgezinde gemeente van Amsterdam staat vandaag de dag bekend als Doopsgezind Amsterdam. Na eeuwen van verdeeldheid en scheuringen onder de doopsgezinden, waarbij de meer conservatieve groepen doorgaans de naam Mennoniet verkozen, terwijl de progressievere groepen zich Doopsgezind noemden, verenigden de gemeenten zich in 1801 tot de Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Amsterdam (VDGA). Tegenwoordig bestaat Doopsgezind Amsterdam uit de Singelkerk (op de locatie van de 17e-eeuwse Kerk bij ’t Lam) en de 19e-eeuwse Meerpadkerk in Amsterdam-Noord.
Nina Schroeder-van 't Schip
Kunsthistorica en doopsgezind erfgoedspecialiste Doopsgezind Amsterdam
Laatst bewerkt
27 oktober 2025
Regenten van de Orangjeappel, Weesvader Blaeuwpot en regenten Simon Cool, Abraham Salm Jacobsz., Jacob Lugt, en Jacob Slagregen, Gerrit Postma, ca. 1842, olieverf op doek. Collectie Doopsgezind Amsterdam.
Exterieur: fotografie Museum Ons' Lieve Heer op Solder
Drawings of the entry ways to the Oranjeappel boy’s wing, formerly at Keizersgracht 345, Gerrit Postma, ca. 1830-1840, pen and ink wash. Collectie van Eeghen: Drawings, Stadsarchief Amsterdam.
Tekening van de ingang van de jongensvleugel van de Oranjeappel, voorheen aan de Keizersgracht 345, Gerrit Postma, ca. 1830-1840, pentekening met inktwassing. Collectie van Eeghen: tekeningen, Stadsarchief Amsterdam.
Tekening van de ingang van de meisjesvleugel van de Oranjeappel, voorheen aan de Huidenstraat 2, Gerrit Postma, ca. 1830-1840, pentekening met inktwassing. Collectie van Eeghen: tekeningen Stadsarchief Amsterdam.
Eén van de gevelstenen van de Oranjeappel, nu in de Singelkerk, Collectie Doopsgezind Amsterdam.
Bakker, B. et al., De verzameling Van Eeghen: Amsterdamse tekeningen (1600-1950) (Zwolle 1988) 475-476, 416.
Fix, Andrew C., Prophecy and Reason: The Dutch Collegiants in the Early Englightenment (New Jersey 1991).
Groenveld, S., (ed.), Daar de Orangie-appel in de gevel staat: In en om het weeshuis der doopsgezinde collegianten, 1675-1975, (Amsterdam 1975).
Slee, J.C. van, De Rijnsburger Collegianten (Utrecht 1980).
Jong, Wietskenel de en Johan Pennings, Het dopers wandel-boek : Twee wandelingen door Amsterdam (Amsterdam 2011) 15-16, 33-34.






