Het was gevaarlijk om een doper te zijn in de zestiende eeuw, dus vonden bijeenkomsten plaats op geheime, steeds veranderende locaties: deze martelaarsboekillustratie toont een dergelijke bijeenkomst op een veerboot.
Locatie
Clandestiene doopsgezinde bijeenkomst op een boot
Amstel 110G
Type
Religieuze plaats van samenkomst
Religieuze gemeenschap
Doopsgezinden (16de-eeuwse dopers)
Object
Ets met een clandestiene bijeenkomst van doopsgezinden op de Amstel
Maker en datering
Jan Luyken
1685
Bezichtigen
Niet te bezichtigen
Weetdoeners en martelaarschap: Clandestiene bijeenkomsten van dopers in de 16e eeuw
De dopers in Amsterdam, die al snel bekend komen te staan als mennonieten (naar Menno Simons) of als doopsgezinden, vanwege hun volwassenendoop, worden niet lang na de introductie van de beweging in de stad in 1530 geconfronteerd met de doodstraf. Decennia lang komen ze in het geheim samen en moeten ze vaak van locatie veranderen. Een weetdoener maakt vóór elke bijeenkomst de afgesproken locaties aan medeleden bekend. Er zijn maar weinig bijeenkomstlocaties uit deze vroege periode bekend – hoewel er tot ongeveer 1580 vaak bijeenkomsten worden gehouden in huizen rond de Nieuwendijk en de Oude Haarlemmersluis. Ook tijdelijke locaties in de buitenlucht worden gebruikt: zoals de veerboot van Pieter Pietersz. Beckjen.
Doop
De doop is een christelijk initiatieritueel. De dopeling wordt overgoten met doopwater of erin ondergedompeld. Dit gebeurt in navolging van Jezus Christus, die door Johannes de Doper in de rivier de Jordaan werd gedoopt.
Menno Simons
De term “mennoniet” is afkomstig van de naam Menno Simons (1496-1561), een Friese priester die in de jaren 1530 zich bekeerde tot het doperdom en naar voren kwam als een van de belangrijke vroege leiders van de beweging na het wegvallen van bepaalde revolutionaire en apocalyptisch georiënteerde takken van de dopers. Later koos een groep die zich afscheidde van degenen die in de jaren 1550 al als mennonieten bekend stonden ervoor om doopsgezinden genoemd te worden. In de tijd van de Republiek werd de naam doopsgezind vaak gekozen door doperse groepen die progressiever waren in hun theologie of levensstijl.
Begin van de Nederlandse dopers
De groepen van dopers die vanaf 1525 in de Zwitserse kantons begonnen op te duiken en zich ook in andere delen van het vroegmoderne Europa ontwikkelden, waren opmerkelijk divers. Het geloof in de volwassenendoop werd algemeen gedeeld, maar de opvattingen over de relatie tussen Bijbel en geest, eschatologie en ecclesiologie verschilden. De doperse beweging begon zich vanaf 1530 te verspreiden in de Lage Landen – ook in Amsterdam – binnen een context van antiklerikalisme en hervormingssentiment dat al eerder begon te ontwikkelen. In dat jaar arriveerde Jan Volkertsz. Trypmaker, een discipel van de doper Melchior Hoffman, in Amsterdam en introduceerde de beweging in de stad.
Weetdoener
Volgens getuigenissen waren er in Amsterdam en Antwerpen – en zeer waarschijnlijk ook in andere grote steden – dopers die de rol kregen van “weetdoener.” Deze persoon ging van lid naar lid om in het geheim het nieuws van de volgende vergaderlocatie en de geplande tijd voor de bijeenkomst te verspreiden. De locaties en tijden varieerden altijd vanwege het dodelijke gevaar dat verbonden was aan het zijn van een doper (een zogenaamde “wederdoper”) tot in de late jaren 1570.
Meer dan een eeuw later illustreert de productieve prentmaker Jan Luyken een bijeenkomst op deze boot voor een serie van 104 etsen die hij maakt voor de tweede editie van Thieleman Jansz. van Braght’s Martelaersspiegel (1685). Een jonge man wijst naar zijn rechterzijde. Heeft hij de autoriteiten gezien? De man naast hem is zich bewust van zijn gebaar, terwijl de anderen doorgaan met reflecteren op de Heilige Schrift. De Martelaersspiegel vermeldt dat de veerman op 26 februari 1569 gevangen is genomen en op de brandstapel ter dood is gebracht. Hij heeft meerdere van deze bijeenkomsten op zijn boot gehouden en heeft geweigerd zijn pasgeboren kind te laten dopen.
Verhalen over doopsgezinde martelaren circuleerden aanvankelijk als liederen of brieven; later worden deze gepubliceerd in kleine boeken die gemakkelijk te verbergen zijn. In de Republiek, waarin men toleranter met religieuze minderheden begint om te gaan, worden veel grotere boeken met deze martelaarsverhalen geproduceerd. Verschillende doopsgezinde gemeenten in Nederland, waaronder de Singelkerk in Amsterdam, plaatsen de uitgaven van 1660 of die van 1685 op een tafel voorin de kerk bij elke zondagsdienst. Duitse en Engelse vertalingen die door de bredere mennonitische gemeenschap nog steeds worden gebruikt, worden tot op de dag van vandaag in Noord-Amerika gedrukt. Deze boeken zijn een stoffelijke herinnering aan het vergankelijke vroege erfgoed.
Martelaersspiegel
De informele naam voor een boek met doopsgezinde martelaarsverhalen dat eerst in 1660 werd gepubliceerd en vervolgens opnieuw in een tweede geïllustreerde editie in 1685. Dit boek is tegenwoordig de meest uitgebreide en bekendste doperse martelarenboek, maar is gebaseerd op een veel langere traditie. De verhalen uit de zestiende eeuw werden eerst verspreid als liederen of brieven en later als gedrukte boeken van telkens een groter formaat. De terechtstelling van dopers in Nederland begon bijna onmiddellijk na de oprichting van de beweging in 1530. De vervolging verscherpte zich in 1535, nadat de beweging een slechte naam kreeg door de oproerige activiteiten van enkele revolutionaire groepen in de Lage Landen en de Westfaalse stad Münster.
Martelaren
Personen die hun leven hebben opgeofferd voor hun geloof of principes.
Nina Schroeder-van 't Schip
Kunsthistorica en doopsgezind erfgoedspecialiste Doopsgezind Amsterdam
Laatst bewerkt
29 oktober 2024
Dopers lezen de Schrift in de boot van Pieter Pietersz. Bekjen, Jan Luyken, ets, in Thieleman Jansz. van Braght, Martelaersspiegel (1685), deel II, 385. Rijksmuseum Amsterdam.
De Oude Haarlemmersluis, 1838, George Pieter Westenberg, tekening. Collectie Van Eeghen. Stadsarchief Amsterdam.
Een uitgave van de Martelaersspiegel uit 1660 open op een tafel in de Singelkerk in Amsterdam, 2024. Fotograaf Nina Schroeder-van 't Schip.
Schroeder-van ’t Schip, N., “Mixed Messages: Anabaptist ‘Uproar’ and Mennonite ‘Defenselessness’ in early modern Dutch Visual Culture” in: F. Enns, N. Schroeder-van 't Schip en A. Pacheco eds., A Pilgrimage of Justice and Peace: Global Mennonite Perspectives on Peacebuilding and Nonviolence (Wipf & Stock 2023) 209-237.
Visser, P., “De pelgrimage van Jan Luyken door de doopsgezinde boekenwereld” in: Doopsgezinde Bijdragen 25 (1999) 167-179.
Weaver-Zercher, D. L., Martyrs Mirror: A Social History (Baltimore: John Hopkins University Press 2016).




